Verslag Comeniusconferentie

Kobyli, oktober 2004

 

  

 

Jan, Anca, Bianca, Florena, Vlastimil, Melu, Jarmila, David, Ingrid

 

  

Een paar weken geleden kwamen we na een reis van ruim 1200 km. in het dorpje Kobyli in Tsjechië. Een klein vriendelijk dorpje in Zuid Moravie waar we net als voorgaande keren hartelijk ontvangen werden.

We werden gehuisvest in een spiksplinternieuw pension in het dorp, samen met de twee vertegenwoordigers uit Engeland, David en Bianca. Vlastimil, Marie (zijn vrouw) en Jarmila kwamen ons al direct verwelkomen. Jarmila deelde weer de “ matte” uit aan de mannen. Dit tot grote hilariteit van David en Bianca. De toon voor de bijeenkomst was gezet.

De Roemenen overnachtten in een nog goedkoper oud-communistisch staatshotel en zagen we later.

Bij de Roemenen was wel iets geks aan de hand. Ik had tot voor twee weken voor de conferentie alleen contact gehad met de heer Melu Partene. Toen kreeg ik opeens een e-mail van de directeur van de Roemeense school, dat niet Melu de coördinator internationalisering meer was maar Anca Stamate. Anca zou samen met haar collega Florena naar de conferentie komen. Aangezien ik niet helemaal begreep hoe dat daar nou zat heb ik via de mail contact opgenomen met de school. Melu zou slecht communiceren, het project alleen voor zichzelf willen houden en is daarom van het project afgehaald. Tot mijn verbazing kreeg ik het weekend voor de conferentie van Melu een e-mail dat hij dinsdag al aan zou komen in Kobyli. Ik schreef direct terug dat ik dat niet wijs vond.

Al met al was hij er dus wel. Tegen uitdrukkelijk verbod van zijn directeur in. Hij is daardoor bijna twee weken niet op zijn school aanwezig geweest. Anca en Florena waren er ook. Dit leidde vooral in het begin tot een ongemakkelijk sfeertje.

De eerste avond gingen we met elkaar uit eten in een net nieuw hotel in een buurdorp voor een traditioneel Tsjechische maaltijd. Echt bijzonder vonden we het niet. Het was wel leuk de Engelsen weer te zien, weer bij te praten met de Tsjechen en kennis te maken met de Roemenen.

Aangezien Anca en Florena twee dagen in de trein hadden gezeten, David en Bianca al om 6 uur op het vliegveld stonden en wij ook een lange rit achter de rug hadden maakten we het die eerste avond niet laat.

De volgende ochtend was het ontbijt onverwacht uitgebreid en goed. Mevrouw Kovarikova spreekt geen engels en geen Duits, maar met handen en voeten en een paar woordjes Tsjechisch konden we toch wel met elkaar communiceren.

Op school werden we al opgewacht door Vlastimil en Jarmila en de vlaggen van de deelnemende landen stonden te wapperen.

 

We werden de school weer rondgeleid. Jan en ik konden goed zien dat er in de bijna zes jaar dat we elkaar nu kennen wel heel veel veranderd is in de school. De “hokken” waar zes jaar geleden de jassen van de kinderen hingen waren weg en waren vervangen door prachtige lockers en mooie open ruimtes. De gymzaal was dusdanig opgeknapt dat we er allemaal jaloers van werden. Veel materialen waren vernieuwd, de leerkrachtenkamer was geheel opgeknapt en het computerlokaal was volledig vernieuwd. Gelukkig waren ook nog wel veel dingen hetzelfde gebleven. De prachtige kunst van de leerlingen aan de wanden, de naschoolse opvang die er prachtig uitzag en waar kinderen nog steeds met veel natuurlijke materialen de prachtigste dingen maakten. Ook de schoolmaaltijd was niet veranderd en dat hadden ze misschien wel kunnen aanpakken.

Tijdens de pauze waren alle leerkrachten (op wisselende pleinwachten na) in de leerkrachtenkamer. Hernieuwde kennismaking. Uitdelen van de stroopwafels (waar ze al op gehoopt hadden). Lachen.

Na de rondleiding werden we geinterviewd door een aantal leerlingen die van ons bezoek een verslag voor de schoolkrant moesten maken. Een aantal deden dat in het Duits, de rest in het Engels.

 

Na de schoollunch haastten we ons naar de (voor ons nieuwe) burgemeester mevr. Kovarikova (geen familie van de pensionhoudster) die ons op het gemeentehuis ontving met koffie en gebak (net na het eten). Ze vertelde dat ze blij was ons te ontmoeten en benadrukte het belang van internationalisering voor het dorp.

Later hoorden we dat bij de laatste verkiezingen Jara Otahal, de vorige burgemeester bij wie we een aantal keer in de wijnkelder waren geweest, niet herkozen was. Hij werd wel verkozen tot gemeenteraadslid, maar is naar een andere baan in Brno gegaan. Het deed Jarmila veel om dit te vertellen dus we zijn er maar niet op doorgegaan.

 

 

Eenmaal terug op school had ik snel een gesprekje met Anca en Florena. Zij bevestigden het verhaal van hun directeur en waren duidelijk opgelaten door het feit dat Melu ook aanwezig was. Zijn slechte communicatie en zijn geslotenheid waren redenen om hem geen coördinator meer te laten zijn.

Aan het begin van de vergadering vertelde ik dan ook dat ik Anca als de aanspreekpersoon van de Roemeense school beschouw.

Het (Engelse) verslag van de vergadering met alle afspraken die we gemaakt hebben vind je als bijlage van dit verslag.

Na een lange vergadering konden we even in ons pension bijkomen. Maar eerst reden we met David en Bianca naar het buurdorp waar ze tegen de heuvel op 7 verdiepingen van wijnkelders hebben, een prachtig gezicht.

 

 Al snel werden we weer opgehaald om het museum van Kobyli te bezoeken. De museumdirecteur mevr. Vaneckova had speciaal voor het museum opengedaan. Het museum bestond vooral uit veel historische en folkloristische zaken. Veel prachtige klederdrachten bijvoorbeeld. Onder in het museum was een wijnkelder, waar de eerste toast werd uitgebracht. Elders in het museum was een grote kamer waar we zouden eten. Alle leden van het team waren aanwezig, de burgemeester en de voorzitster van het schoolbestuur mevr. Chudobova.

 

Leerkrachten hadden allerlei lekkers gemaakt en ook de wijn en de burtschak (de nieuwe, nog niet rijpe wijn) vloeiden rijkelijk. Vladimir de kunstleraar van de school maakte weer karikaturen en ook werd er gezongen. De Tsjechen zingen prachtig en kennen veel oude liederen. Jarmila bleek ook nog eens heel goed piano te kunnen spelen.

Doodmoe vielen we ons bed in.

Zaterdag kon iedereen zelf doen wat ze wilden. Jan en ik gingen naar Bratislava. Een echte grensovergang en weer een autobaanvignet. Bratislava was een heel bijzondere stad. Op zaterdag uitgestorven. Weinig winkels. Een bekend restaurant dat boven een brug over de Donau hangt en een prachtig uitzicht over de stad en zijn omgeving zou hebben was gesloten. En zo te zien al langere tijd. Het oude communistische bewind had een grote weg dwars door de oude binnenstad aangelegd. Zodoende was er niet heel veel van die oude binnenstad overgebleven. En zelfs de kerken waren dicht.

 

Later begrepen we dat de binnenstad vooral veel kantoren en dergelijke heeft. Het is er voor de gewone mensen te duur om te wonen, zij vertrekken naar de buitenwijken en omdat er toch geen geld is om te shoppen komen er in de weekenden weinig Slowaken in de stad.

’s Avonds werden we weer opgehaald voor een gezamenlijke maaltijd. Dit maal in Cejkovice, in een oude wijnkelder van de Tempeliers. Zeer indrukwekkend. Op zaterdagavond was er live muziek. Een groep zong in klederdracht van de streek folkloristische muziek. Wij besloten dit keer voor de hele groep te betalen. Het bedrag voor 10 personen kwam op wel 50 euro!

Tijdens dit etentje heb ik een lang gesprek met Melu gehad. Hij zag er erg tegenop om weer naar school te gaan en vroeg of ik geen goed woordje kon doen. Aangezien dit iets is tussen zijn directeur en zichzelf heb ik dit geweigerd. Hij bleek al eerder conflicten met haar gehad te hebben. Na het etentje gingen we naar ons pension waar ondertussen een aantal teamleden hadden aangeschoven en er weer wijn en burtschak op tafel kwam. Lachen, praten, lachen, zingen, lachen, praten.

Zondagochtend gingen we naar het dorp Nivnice, de geboorteplaats van Jan Amos Komensky (Comenius). Zijn geboortehuis, een oude molen, had een plaquette waarop dit gegeven stond maar verkeerde verder in slechte staat. Een dorp verderop (Uhersky Brod) heeft een Comeniusmuseum wat we bezochten. Voor ons het derde Comeniusmuseum. Ook de musea in Naarden en Praag hadden we bezocht.

 

 

Comenius is voor de Tsjechen een groot voorbeeld. Zelf denk ik ook dat hij zijn tijd ver vooruit was. Hij vond onderwijs voor iedereen van groot belang en een van de eerste levensbehoeftes, voor jongens en meisjes, voor arm en rijk, ongeacht huidskleur en godsdienst. Van hem is ook de uitspraak “ 1 beeld zegt meer dan 1000 woorden”, een waarheid die nog steeds veel in het onderwijs betekent.

In het dorp lunchten we met bramborek. Een typisch Tsjechisch gerecht. Heerlijk, maar veel. Een omdat we niet allen tegelijk konden bestellen kwam ook het eten niet tegelijk, voor vermoeide voeten was dit niet erg. Na deze zeer uitgebreide lunch werden we naar het kuurdorp met medicinale bronnen Lazne Luhakovice gebracht. Van Marie kregen we speciale drinkbekertjes met een tuitje. Bij de eerste bron namen we een ferme slok, ogenblikkelijk gevolgde door verbijsterde gezichten, kokhalzende mensen en kijken hoe je het stiekem weer kunt uitspugen. Zout en zwavel maken water er niet lekkerder op. De tweede bron was iets minder erg. Of komt dit doordat we nu heel voorzichtig een klein nipje namen? Bij de derde bron was de geur genoeg en hebben we beleefd maar beslist bedankt. Tot onze verbazing waren er wel veel Tsjechen (zelfs kinderen) die er hele bekers van opdronken. Wat voor goed dit voor je gezondheid kan doen vraag ik me heel erg af. Als je nog geen darmklachten hebt kun je het hiervan makkelijk krijgen.

 

Omdat we pas laat en veel geluncht hadden besloten we het diner maar over te slaan.

’s Avonds bezochten we een van de vele wijnkelders van het dorp (400 sklepy’s op 700 huizen), waar wat lichte hapjes bij de wijn en de burtschak waren.

Maandagochtend nog even langs de school om iedereen gedag te zeggen. Het was maar een paar dagen, maar het was zo intensief dat het altijd weer lastig is om afscheid te nemen.

 

Op de terugreis reden we langs Janske Lazne een dorp waar we ongeveer 5 jaar gelden met Anja en Constant geweest waren. We herkenden het dorp bijna niet meer. Er lag nu geen sneeuw, maar vooral het feit dat alles fantastisch opgeknapt is en wordt maakt het onherkenbaar. Via een klein stukje Polen, Oost- en Westduitsland reden we naar huis.

Napratend over alles wat we meegemaakt hadden en gehoord hebben. Want zo tussen neus en lippen door hoor je heel veel over hoe het in scholen in ander landen toegaat. Zo hoorden we dat Mike, de directeur van de Engelse school, plotseling getrouwd is met een Russische. Maar vooral de verhalen van de Roemenen maakten grote indruk. De school ligt in een agrarisch gebied in een klein dorpje Tsichilesti vlakbij de grote stad Braila. Het is een erg arme omgeving. Er zijn grote gezinnen die geen geld hebben. Zo zijn er kinderen op school die nog nooit nieuwe kleren hebben gehad. Soms geen schoenen hebben. En ook voedsel is iets wat niet algemeen toegankelijk is. Degenen die op de boerderij zelf wat verbouwen hebben nog wat, maar in de winkels is weinig. Anca vertelde dat een moeder aan haar kwam vragen of zijn voor haar dochter misschien wat te eten heeft. Anca kan daar natuurlijk niet structureel op in gaan omdat er dan nog veel meer komen. Dit meisje haalt op weg van huis naar school de pitten uit de zonnebloemen om iets in haar maag te krijgen….

De school heeft 1 computer en dat is al veel. Geen computerles voor kinderen dus. Ook aan materiaal (boeken, schriften, schrijfgerei) is een groot gebrek. Ouders moeten dit zelf betalen en hebben daar geen geld voor. Een gemiddeld onderwijzer verdient omgerekend 150 euro. Op de lijst van best betaalde banen staan ze 5e (artsen staan op nr. 1), maar het is tegen de armoedegrens. Anca heeft geen partner en kan zich met 1 salaris geen eigen woonruimte veroorloven, ze woont nog bij haar ouders.

Voor Anca en Florena was het de eerste keer dat ze in het buitenland kwamen. Splinternieuwe paspoorten. En waarschijnlijk nieuwe kleren. Wat moet dit voor hen een rib uit het lijf zijn! Meestal zit er voor de vakantie niet meer in dan 1 weekje aan de Zwarte Zee. De meeste kinderen van de school zijn nog nooit op vakantie geweest.

En dit is allemaal gewoon in Europa.

Het laat je weer eens relativeren hoe ontzettend rijk we hier zijn.

Kortom, vol gedachten (o.a. over hoe kunnen we de Roemeense school gaan helpen) kwamen we terug. En al snel werden weer opgeslokt in de waan van alle dag. Maar toch, even een rustig moment, of ’s avonds met een wijntje en een boek dan komen de gebeurtenissen, de gesprekken weer boven en dan is het weer even verbijsterend en ook weer veel nagenieten.

 

 

Ingrid Luntz-Slooten